Medisch Erfgoed
actueel topstukken verzamelingen verhalen onderwijs weblinks reageren colofon
Academisch Medisch Centrumafdeling verloskunde/gyneacologie, collectie gyneacologie1754, 1803, 1877, 1933Deze vier verlostangen, met even zoveel namen, omvatten een periode van bijna 200 jaar. In deze periode, maar ook al daarvoor, heeft de verloskunde een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Aanvankelijk waren vroedvrouwen ongeschoold: hun kennis en ervaring deden ze op in de praktijk. In Groningen werd reeds in de 17e eeuw een vroedvrouwenschool opgericht. Amsterdam volgde pas veel later: in 1861 opende daar de Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen. Lange tijd was het uitgangspunt in de verloskunde, dat het kind zonder hulpmiddelen geboren moest worden, als een kuiken dat uit het ei kruipt. Dat veranderde langzaam na de ontwikkeling van de eerste verlostang, in 1720 door Chamberlen. Daarna ontwikkelden talloze verloskundigen al dan niet verbeterde tangen, die ze hun eigen naam meegaven.Zo zien we hier achtereenvolgens de 'tang van Smellie' (1754), de 'tang van Mursinna' (1803), de 'tang van Tarnier' (1877) en de 'tang van Tholen' (1933). Hoewel we inmiddels ook de vacuümverlossing kennen (met een zuignap op het hoofd) werd in 1998 bij nog altijd 3,2% van de ziekenhuisverlossingen gebruik gemaakt van de verlostang.