Medisch Erfgoed
actueel topstukken verzamelingen verhalen onderwijs weblinks reageren colofon
Universiteitsmuseum Groningenmedische collecties, collectie Mössinger1850-1950Deze catalogus illustreert de opkomst en ondergang van een medische instrumentenmaker.Medici lieten in het verleden zelf hun instrumentarium vervaardigen, zo ook de Groningse artsen. Instrumentmakers vestigden zich dan ook de buurt van de hogescholen en universiteiten. In 1842 opende Joseph Mössinger een instrumentmakerij in de Oude Kijk in 't Jatstraat. Mössinger was zoals vele instrumentmakers afkomstig uit Duitsland om hier hun geluk te zoeken. Andere voorbeelden zijn Becker, Hintze en Stöpler. Nederlandse instrumentmakers schoolden zich ook veel in Duitsland.Het karakter van de instrumentmakerij veranderde in de loop van de 19de eeuw. Werden de instrumenten aanvankelijk gemaakt op aanwijzingen van de medicus, gaandeweg bewoog de bedrijfstak zich naar standaardinstrumentarium in serieproduktie. Zo ook Mössinger. De oudste instrumenten zijn echte unica, de latere meer serieprodukten. Voordeel van deze verandering was de lagere prijs, toenemende standaardisering en het verkleinen van toleranties.Mössinger kon de concurrentie na de Tweede Wereldoorlog niet langer aan. De instrumenten werden al elders geproduceerd maar in Groningen van een inscriptie voorzien, en in 1952 sloot het bedrijf de poorten. Een deel van de inventaris ging naar het Universiteitsmuseum. Samen met de gebruiksvoorwerpen uit het AZG bezitten beide musea hiermee de grootste collectie Mössinger instrumenten.