Medisch Erfgoed
actueel topstukken verzamelingen verhalen onderwijs weblinks reageren colofon
Universiteitsmuseum Utrechtcollectie onderwijsmiddelen geneeskunde algemeen1951Dit prototype van een hart-longmachine werd in 1948 ontwikkeld door de Utrechtse fysioloog Jacob Jongbloed. De machine zoog het bloed van de patiënt weg vóór het hart, voegde er zuurstof aan toe en pompte het terug naar de aorta en de kransslagaders, vanwaar de natuurlijke circulatie gewoon doorging. Er waren aparte pompen voor de linker- en de rechter harthelft. Lastiger dan het omleiden van de bloedcirculatie was het toevoegen van zuurstof aan het bloed. Hiervoor bouwde Jongbloed voort op het idee dat de Groningse internist Pim Kolff in 1946 beschreven had. Het resultaat was een systeem van draaiende spiralen, waar voortdurend zuurstof doorheen werd geblazen. De bloedcellen bleven intact en het bloed ging niet schuimen.Professor J.F. Nuboer voerde op 5 december 1956 in het Utrechtse Stads- en Academisch Ziekenhuis de eerste open hartoperatie uit met gebruik van een hart-longmachine. Jongbloed was al in 1948 begonnen met de ontwikkeling daarvan. In dat jaar bouwde hij dit prototype, waarna hij enkele jaren op honden experimenteerde om het apparaat verder te verbeteren en verfijnen. In 1951 gaf hij de firma Van Doorn in De Bilt de eerste opdracht voor de constructie van een hart-longmachine. Dit verbeterde apparaat testte hij vervolgens weer uitvoerig op dieren, voordat de machine op menselijke patiënten kon worden toegepast.De grote winst van de hart-longmachine was dat men het hart tijdens de operatie geheel bloedleeg kon maken (met uitzondering van de kransslagaders), terwijl de bloedcirculatie niet onderbroken werd. Dit bood de chirurgen veel tijdwinst en de patiënt aanmerkelijk grotere overlevingskansen.Dit levensbelangrijke apparaat is te zien in Museum Boerhaave.