afbeelding 1afbeelding 2afbeelding 3afbeelding 4afbeelding 5afbeelding 6afbeelding 7afbeelding 8afbeelding 9afbeelding 10afbeelding 11afbeelding 12afbeelding 13afbeelding 14afbeelding 15afbeelding 16afbeelding 17afbeelding 18

Geschiedenis van het tandheelkundig roterend instrumentarium

Daan Masseur en Anna Zatorska
De studenten Daan Masseur en Anna Zatorska hebben in het derde jaar van hun studie tandheelkunde aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het roterend boorinstrumentarium. In de scriptie die uit dit onderzoek voortkwam beschrijven zij op welke manier en voor welk soort behandelingen in de loop der tijd verschillende roterende instrumenten gebruikt werden door de practicus. Reina de Raat, conservator medische collecties van het Universiteitsmuseum heeft de scriptie begeleid. Twee keer per jaar geeft zij aan studenten van ACTA het college 'Geschiedenis van de tandheelkunde'.

Inleiding
Restauratieve tandheelkunde is al generaties lang een groot onderdeel van de tandheelkunde in Nederland. In de klassieke oudheid werden er al met behulp van boren tandheelkundige behandelingen uitgevoerd. De restauratieve tandheelkunde werd toen op veel kleinere schaal uitgeoefend, onder andere door minder kennis van de tandheelkunde en de technische mogelijkheden.
In de 18e eeuw ging de technische vooruitgang snel en ontstond het beroep van tandarts. Voordien werd er veel geëxtraheerd en werd er weinig restauratief behandeld. In 1876 is het beroep van tandmeester vastgelegd en in 1913 is dat veranderd in het beroep tandarts. In deze scriptie zal er verder gesproken worden over practicus.
Voor de eerste helft van de 19e eeuw waren er weinig communicatiemiddelen, waardoor ontwikkeling niet gedeeld werd. Soms kon een uitvinding door de practicus, die deze ontwikkeld had, zelf jaren worden gebruikt zonder dat iemand anders daar van af wist. Veel later kwam een dergelijke uitvinding dan pas op de markt.

De aanleiding om in samenwerking met ACTA een onderzoek te doen naar de ontwikkeling van het roterend instrumentarium, is dat daarover weinig bekend is in het Universiteitsmuseum Utrecht. Met dit onderzoek willen wij een aanzet zijn voor nader onderzoek naar de ontwikkeling van de tandheelkunde.
Het doel van dit onderzoek is om de verschillende ontwikkelingen van roterende instrumenten te inventariseren en de mogelijkheden van deze instrumenten te beschrijven.
Op welke manier en voor welk soort behandelingen werden de in de loop van de tijd veranderende roterende instrumenten gebruikt door de practicus?

Eerst zullen wij een beschrijving geven van de methodes, die wij toepasten om tot een beantwoording te komen van onze vraagstelling. Vervolgens beschrijven wij onze bevindingen, waarin wij onder andere de instrumenten in chronologische volgorde plaatsen en per instrument een beschrijving geven. Daarna bespreken wij de problematiek, die wij gedurende dit onderzoek tegenkwamen en de conclusie van onze bevindingen.
Dit onderzoek is een historisch onderzoek en daarom is dit exploratief en kwalitatief van aard.

Materiaal en Methode
Om praktische redenen hebben wij ons toegelegd op informatie uit Nederlands-, Engels- en Duitstalige bronnen. Wij zullen de methoden hieronder kort beschrijven.

Bevindingen
Hieronder zullen wij eerst per categorie, zoals bij de Materiaal en Methode gebruikt, onze bevindingen beschrijven. Vervolgens worden de boormachines apart, in chronologische volgorde besproken.

Hieronder bespreken wij per instrument de werking en mogelijkheden daarvan. De instrumenten komen in dezelfde volgorde aan bod als in de tijdbalk (zie PDF).
Discussie en conclusie
Door het beschrijven van de instrumenten en deze in chronologische volgorde te plaatsen hebben wij ons inziens een duidelijk inzicht gegeven in de ontwikkeling van het roterend instrumentarium. Daarmee hebben wij een antwoord gegeven op onze vraagstelling: ‘op welke manier en voor welk soort behandelingen werden de in de loop van de tijd veranderende roterende instrumenten gebruikt door de practicus?’.
Er blijkt weinig interesse te zijn binnen de tandheelkunde naar de technische kant van de instrumenten. Dit blijkt zowel uit het literatuuronderzoek als ook uit de interviews. Heden ten dage wordt hieraan in de opleiding tandheelkunde nog altijd weinig aandacht besteed. Eind 19e eeuw, begin 20e eeuw breidde de restauratieve tandheelkunde zich uit. Voordien had men daarvoor de middelen en kennis nog niet. Toen die middelen en kennis er waren, hadden in het begin maar weinig mensen de financiële mogelijkheden een practicus te bezoeken.
Op het Internet zijn artikelen van ouder dan 40 jaar niet opgenomen. Daardoor hebben wij alleen artikelen gebruikt, die zelf historisch van aard zijn.
Ook blijkt dat er weinig gearchiveerd wordt betreffende de ontwikkeling van het roterend instrumentarium. Met de huidige communicatiemiddelen hadden wij verwacht meer informatie te kunnen vinden. Ook bij de UBU bleek de archivering niet optimaal. Daarbij bleek bovendien de zoekmachine niet op inhoud van de literatuur te kunnen zoeken. Daar ons onderzoek vaak een klein onderdeel is van een publicatie, is dat lastig zoeken.
Het lijkt dat er door onvolledige beschrijvingen informatie verloren is gegaan. Ook hebben musea veel van hun informatie in depots liggen. Een voorbeeld hiervan is de eerder genoemde bijzondere collectie van Kalman Klein. Op het Internet en in de UBU is niet te vinden wat de inhoud is van de Kalman Klein collectie. In de catalogus van de Kalman Klein collectie staan alleen titels genoemd. Hieruit kun je de inhoud daarvan niet goed bepalen. Met de huidige middelen hadden wij verwacht dat er meer duidelijkheid zou zijn omtrent de precieze inhoud van de collectie. Een goede archivering zorgt voor een betere toegankelijkheid van deze kwetsbare collectie. Het verdient aanbeveling hier een project van te maken.
Samenvattend concluderen wij dat er weinig informatie beschikbaar is over de ontwikkeling van het roterend instrumentarium binnen de tandheelkunde. Wij hebben een chronologische volgorde en een korte en duidelijke beschrijving gegeven van de roterende instrumenten.
Verder hebben wij aanbevelingen tot een onderzoek gedaan van de volgende onderwerpen:
Dankwoord
De informatie voor ons onderzoek was lastig te verkrijgen en daarom hebben wij verschillende personen en instanties benaderd ons te helpen met het vinden daarvan. Bij deze willen wij hen hartelijk bedanken;
Dhr. Van Ginhoven
Dhr. Mooijman
Mevr. Niessen
Dhr. Oertel
Dhr. Van Putten
Dhr. Terra
Dhr. Theissen
Dental Union
Gebr. Brasseler
NMT
 
Literatuurlijst
1. Bleicher, P.: Begründung und Ursachen für die Verwendung von “Mikromotoren” in der zahnärztlichen Praxis. Sonderdruck aus Der Freie Zahnarzt, 1 – 12, 1971/1972
2. Bleicher, P.: Erfahrungen mit dem Mikromotor in der zahnärztliche Praxis. Electromedica, 4: 125 – 129, 1972
3. Dyson, J.E., Darvell, B.W.: The development of the dental high-speed air turbine handpiece. Part 1. Australian Dental Journal, 38(1):49-58, 1993.
4. Eichner, K.: Hoch- und höchsttouriges Bohren und Schleifen. Poliklinik und Klinik für Zahn- Mund- und Kieferkrankheiten der Freien Universität Berlin, 20 – 45, Oktober 1966
5. Glenner, R.A.: Development of the dental drill. JADA, Vol. 88: p.712-727, 1974.
6. Hoffmann-Axthelm, W.: Die Geschichte der Zahnheilkunde. Die Quintessenz, Berlijn, 1973, p.287-300.
7. Holtkamp, P.: Die Entwicklung der Bohrmaschine. Die Quintessenz der Zahntechnik, 5: 507-509, 1981
8. Lässig, H.E., Müller, R.A.: Die Zahnheilkunde in Kunst- und Kulturgeschichte. DuMont Buchverlag, Keulen, 1983,p.90-146.
9. Linderer, C.J.: Lehre von den gesammten Zahnoperationen, nach den besten Quellen und eigener vierzigjähriger Erfahrung. Berlijn, 1834, p.93-101 + tafel I
10. Maar, F.E.R. de: De geschiedenis van de tandboor. Stichting Exkies, Zoetermeer, 1985
11. Maury, J.C.F.: Handbuch für Zahnärtze. Lübeck, 1825, p.74-75 + tafel IV
12. Maury, J.C.F.: Vollständiges Handbuch der Zahnheilkunde.Weimar, 1830, p.362-363
13. Mayer, A.: Ist die Turbine bwz. Die Drehzahl von 200.000 – 400.000 UPM heute űberholt?. Zahnärztliche Mitteilungen, 23 : 1216 – 1219, 1970
14. Prinz, H.: Dental Chronology, A record of the more important historic events in the evolution of dentistry. Lea&Febiger, Philadelphia, 1945
15. Stephens, R.R.: The dental handpiece - a history of its development. Australian Dental Journal, 31:3: 165-180, 1986.
16. Strömgren, H.L.: Die Zahnheilkunde im neunzehnten Jahrhundert. Ejnar Munksgaard, Kopenhagen, 1945, p.70-96.
17. Vinski I.: Two Hundred and Fifty Years of Rotary Instruments in Dentistry. British Dental Journal, 3: 217-223, 1979
18. Wiggen, G. J., van: In meer eerbare banen: de ontwikkeling van het tandheelkundig beroep in Nederland van 1865-1940. Rodopi, Amsterdam, 1987.
19. Wiggen, G. J., van: Bibliography of the Kalman Klein library : a reference index to the dental literature in the Museum of the School of Dentistry, University of Utrecht, The Netherlands. 1988
 
Herkomst afbeeldingen
Afb. 9 en 12: Eric Minnaard, voorwerpen bevinden zich in het Universiteitsmuseum Utrecht.
Afb. 1, 3 en 18: 5
Afb. 2, 5, 6, 8 en 17: 6
Afb. 7, 13, 14 en 15: 16
Afb. 10: 8
Afb. 4 en 11: 10
Afb. 16:
tijdbalk.pdf  PDF 39 kb
terug