Te midden van al die potten met andere organen valt hij nauwelijks op. Gewoon een geprepareerde lever op sterk water, zou je zeggen. Grijsbruin van kleur, driehoekig van vorm. Maar de ‘snoerlever’, daterend uit 1923, is een unicum in de museumcollectie. De opvallende inkeping in de zijkant maakt het orgaan tot een stuk geschiedenis in plaats van een stuk anatomie.
Die toevoeging ‘snoer’ heeft de lever te danken aan het meest onhebbelijke van alle westerse modeartikelen: het korset. Door de eeuwen heen hebben korsetten, meestal gedragen door vrouwen, uiteenlopende doeleinden gediend. Neem alleen de borsten: al naar gelang het schoonheidsideaal werden ze nu eens platgedrukt en dan weer omhoog geduwd. In de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw dicteerde de mode een smalle wespentaille, scherp contrasterend met een forse bilpartij en boezem. Ook toen werd het korset ingezet om dat ideaal, ongetwijfeld vooral van het mannelijke bevolkingsdeel, te verwezenlijken. Door krachtig insnoeren moest het de ribbenkast in een meer kegelvormige vorm drukken. Niet zelden waren er meerdere mensen voor nodig om het onding zo strak aan te spannen dat de ideale taille - ongeveer veertig centimeter in omtrek - werd benaderd.
Verantwoordelijk voor de drukkracht van het korset was vooral de metalen versteviging in het midden. Door deze kracht perste de onderrand van de ribbenkast zo krachtig tegen de linkerzijde van de lever, dat een relatief groot deel van het orgaan onder de ribben uitpiepte. Zo werd de lever als het ware in tweeën gedeeld.
Op zichzelf hoeft zo’n snoerlever geen gezondheidsgevaar op te leveren. Maar het zal geen verbazing wekken dat de insnoering ook andere delen van het lichaam in de verdrukking bracht. De wervelkolom raakte vergroeid en de buikspieren verslapten. Borstkas, middenrif en longen werden zo sterk in hun functioneren beperkt, dat flauwvallen onder de negentiende-eeuwse dames heel gewoon was. Een goede heer verliet het huis dan ook nooit zonder wat vlugzout, waarmee een gevallen dame weer bij bewustzijn te brengen was.
Absurd? In zijn soort was deze opzettelijke lichaamsvervorming allerminst uniek. Tal van culturen en tijden kennen voorbeelden van fashion-victims. Wat te denken van de Chinese pendant van het korset, de ingezwachtelde vrouwenvoet? Het voetskelet raakte er zo misvormd van, dat de - naar oud-Chinese maatstaven – meest aantrekkelijke vrouwen nauwelijks of helemaal niet konden lopen. Alleen een soort van waggelen lukte ze nog. En om dichter bij huis te blijven: op het eiland Marken heeft het knellende mutsje van de lokale meisjesklederdracht eeuwenlang gezorgd voor een eigenzinnig soort schedelgroei.
Gelukkig is het korset, mede dankzij de eerste vrouwenemancipatiegolf aan het begin van de twintigste eeuw, inmiddels helemaal uit de gratie. Exit ook de snoerlevers. Maar de modes blijven komen en gaan. Waarmee zal een anatomisch museum anno 2100 zijn aangevuld, als het gaat om modemisvormingen van onze tijd? Met piercings natuurlijk. Piercings door alle mogelijke lichaamsdelen. En verder met weggezaagde zwevende ribben, siliconenborsten en verbouwde neuzen. We gaan nog mooie tijden tegemoet.