Bezoarstenen worden ze genoemd, deze mengsels van samengeklonterd haar en calciumverbindingen. In Museum Vrolik zijn er acht te bewonderen. Drie ervan zijn glanzende oosterse bezoarstenen, twee tot vijf centimeter in omvang en afkomstig uit de maag van antilopen dan wel gazellen. Ze hebben wel iets van uit de kluiten gewassen chocoladepinda’s of kidneybonen. Ook zijn er vijf grotere, westerse bezoars, vergelijkbaar met lichte kiezelstenen, afkomstig uit de maag van Zuid-Amerikaanse lama’s.
Wat is er zo bijzonder aan bezoarstenen? Ooit was het goed gebruik om van vorsten, regenten, generaals, pausen of bisschoppen af te komen door ze te vergiftigen. Dat vergde nogal wat. Als vergiftiger moest je in ieder geval toegang hebben tot het paleis, de keuken of de eettafel van je doelwit. Verder had je natuurlijk vergif nodig. Dat kon van alles zijn. Keizer Claudius stierf door een dodelijke paddestoel, Socrates door een beker met scheerling, de vader van Hamlet door bilzekruid. En dan hebben we het nog niet eens gehad over arsenicum, een klassieker.
Naast honderden soorten gif waren er in vorige eeuwen even zovele vormen van tegengif op de markt: beschermende amuletten, geneeskrachtige bekers, waarschuwende beeldjes. Stukjes hoorn die afkomstig zouden zijn van de eenhoorn waren zeer in trek, maar ook hoorntjes van hoornadders. Jacob van Maerlant (ca. 1225 - ca. 1300) beschrijft in zijn ‘Der Naturen Bloeme’ hoe hoorn als verklikker werd gebruikt: ‘Men maecter of ten messen hechte, Die comen ter tafel voer al gherechte; ende bringhmer enech venijn naer, So wort die hecht swetende daer’. Ofwel: je kunt er mesheften van maken. Zie je zo’n heft gedurende de maaltijd zweten, dan zit er geheid vergif in het eten of de drank.
Ook aan bezoarstenen werd een beschermende werking toegeschreven. Hun naam zegt het al: die komt van ‘pa zahar’, Perzisch voor tegengif. Het geloof in de steen zorgde voor een bloeiende bezoarhandel met torenhoge prijzen. Veel bezoars waren in goud gevat, om als hanger in drank van verdacht allooi te kunnen worden gedompeld. Andere werden bewaard in rijk versierde gouden doosjes.
Het hoogtepunt van de handel in bezoarstenen viel in de zestiende en zeventiende eeuw, de tijd van de beroemde rariteitenkabinetten. Daarna nam het gebruik van de steen als beschermer snel af. Maar zeker tot in de negentiende eeuw waren bezoarstenen nog in verzamelingen als die van Museum Vrolik te vinden, en altijd hebben ze iets van hun magie behouden.
De hamvraag is natuurlijk: werkten bezoars? Het antwoord luidt: ja. Tenminste, als er arsenicum in het spel was. De werkzame bestanddelen van een arseendrankje zijn namelijk arseniet en arsenaat. Beide stoffen schijnen een reactie aan te gaan met de bestanddelen van de bezoar. Het calciumfosfaat in die steen wordt vervangen door het arsenaat uit de drank, terwijl zwavelverbindingen in de haardelen binden aan het arseniet. In dat licht was de populariteit van bezoarsstenen niet ongegrond.
Is er tegenwoordig nog iemand geïnteresseerd in bezoars? Als je bevriend met een slachter bent, schijn je er gemakkelijk aan te kunnen komen. Of je er iets aan hebt is moeilijk te zeggen, dat zal afhangen van je relatie met andere vrienden. Maar een kogelvrij vest is vast veiliger.