Het anatomisch theater van de Leidse universiteit, W. Swanenburg naar J. Woudanus. Ongeveer gelijk met de hortus botanicus, in 1594, opende de Leidse universiteit een onderwijsfaciliteit die in niet geringe mate bijdroeg aan haar Europese faam: het anatomisch theater. Dit anatomisch theater was een ronde houten constructie, geïnspireerd op Romeinse arena’s zoals het Colosseum, met trapsgewijs oplopende tribunes waar het publiek kon plaatsnemen. Het was gebouwd in de apsis van een voormalige kapel, waarin zich ook de universiteitsbibliotheek en de universitaire schermschool bevonden.

Hooguit drie maal per jaar werd er in dit theater een publieke ontleedkundige demonstratie gegeven op een menselijk lichaam. Niet alleen geneeskundestudenten woonden de lessen bij, maar studenten van alle faculteiten. En behalve de studenten ook de chirurgijns en hun leerlingen en nieuwsgierige burgers, die daarvoor vijf stuivers moesten betalen.

De publieke anatomische lessen waren dus even zeldzame als spectaculaire gebeurtenissen. Ze vonden gewoonlijk plaats in de winter, als lage temperaturen de ontbinding van het lijk enigszins tegenhielden, en duurden vaak zo’n drie dagen. Maar ook zonder ontleedkundig spektakel kwam het publiek zich in het theater vergapen. Op de balustrades waren namelijk skeletten van dieren en van mensen opgesteld. De menselijke skeletten droegen zelfs banieren met stichtelijke kreten als memento mori (bedenk dat je sterfelijk bent)of nosce te ipsum (ken jezelf), om maar aan te geven dat in de zeventiende eeuw anatomie en moraliteit nauw met elkaar verbonden waren.